ECLI:NL:HR:2006:AU9241
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verwerping van het pensioenverweer in geschil over boedelverdeling na echtscheiding
De zaak betreft een geschil tussen ex-echtelieden over de verdeling van de huwelijksgemeenschap na hun echtscheiding. De vrouw stelde een pensioenverweer in op grond van artikel 1:153 lid 1 BW Pro, dat door de Hoge Raad werd verworpen. De rechtbank Maastricht sprak op 16 juni 2004 de echtscheiding uit en beval de verdeling van de huwelijksgemeenschap, met benoeming van een notaris en een onzijdig persoon ter vertegenwoordiging van de vrouw indien zij niet zou meewerken.
De vrouw stelde hoger beroep in bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat op 29 maart 2005 de beschikking van de rechtbank bekrachtigde na mondelinge behandeling en het horen van partijen. Vervolgens stelde de vrouw beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die het beroep verwerpt zonder nadere motivering omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigt hiermee de gebruikelijke toepassing van de Nederlandse regelgeving omtrent boedelverdeling en wijkt niet af op basis van redelijkheid en billijkheid of internationale regelgeving. De uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad uit 1990 en 2000.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de verdeling van de huwelijksgemeenschap na echtscheiding.