ECLI:NL:HR:2006:AU9287
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijs persoonsverwisseling in APV-overtredingszaak
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter te 's-Gravenhage, waarbij de aanvraagster is veroordeeld voor overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) met een geldboete van zestig euro.
De aanvraag tot herziening werd ingediend op grond van nieuwe omstandigheden die niet tijdens het oorspronkelijke onderzoek aan de orde waren gekomen. De aanvraag stelde dat een bekende veelpleger het feit had gepleegd en zich had voorgedaan als de aanvraagster, hetgeen zou duiden op een persoonsverwisseling.
De Hoge Raad beoordeelde de aangevoerde omstandigheden en concludeerde dat deze onvoldoende bewijs boden om het vermoeden van persoonsverwisseling te staven. Hierdoor werd het verzoek tot herziening als kennelijk ongegrond afgewezen.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, waarbij tevens een waarnemend griffier aanwezig was.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af wegens onvoldoende bewijs voor persoonsverwisseling.