ECLI:NL:HR:2006:AU9525
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt verbreking fiscale eenheid door uitgifte preferent aandeel
Belanghebbende vormde sinds 1994 een fiscale eenheid met F B.V. en G B.V. In 1997 werd het maatschappelijk kapitaal van F verhoogd en werden preferente aandelen uitgegeven aan AA Inc., een buitenlandse vennootschap. Het hof oordeelde dat deze uitgifte de fiscale eenheid tussen belanghebbende en F had verbroken, waardoor een aanslag vennootschapsbelasting werd opgelegd.
In cassatie stelde de Hoge Raad vast dat ondanks de uitgifte van het Serie II-aandeel aan AA, de juridische en economische positie van belanghebbende ten aanzien van F niet wezenlijk was veranderd. Het enkele feit dat F het aandeel aan AA had uitgegeven, mocht niet leiden tot verbreking van de fiscale eenheid, omdat dit in strijd zou zijn met de doel en strekking van artikel 15 van Pro de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
De Hoge Raad vernietigde daarom het oordeel van het hof en de uitspraak van de inspecteur, en stelde de aanslag aanzienlijk lager vast. Tevens werden proceskosten toegewezen aan belanghebbende. Hiermee werd bevestigd dat technische wijzigingen in aandelenstructuur niet automatisch leiden tot fiscale eenheidsbreuk wanneer de economische en juridische belangen substantieel gelijk blijven.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting aanzienlijk.