ECLI:NL:HR:2006:AV0049

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 april 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C05/045HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 2:309 BWArt. 34 statuten VTN
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststellingsovereenkomst en vernietigbaarheid bindend advies in coöperatiegeschil

In deze zaak staat de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst die strekt tot een bindend advies centraal, evenals de vraag naar de vernietigbaarheid van dat bindend advies. Eisers, waaronder een erfgenaam van een overleden partij, vorderden onder meer schadevergoeding en een verbod op de handelswijze van de coöperatie Voedings Tuinbouw Nederland U.A. (VTN).

De rechtbank verklaarde de eiser niet-ontvankelijk op grond van statutaire bepalingen die de toegang tot de rechter beperken. Dit vonnis werd door het hof bekrachtigd in hoger beroep. Tegen deze uitspraken werd cassatie ingesteld.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en verwerpt het beroep. De Hoge Raad bevestigt daarmee de statutaire niet-ontvankelijkheid en handhaaft de eerdere uitspraken. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de eiser in de proceskosten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

14 april 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/045HR
RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1], voor zich en als wettelijk vertegenwoordigster van haar minderjarige kinderen,
2. [Eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
COÖPERATIE VOEDINGS TUINBOUW NEDERLAND U.A., door fusie rechtsopvolgster van de coöperatieve Groenteveiling Westland B.A.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. G. Snijders.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Betrokkene 1] - verder te noemen: [betrokkene 1] - heeft bij exploot van 15 maart 1996 de rechtsvoorgangster van thans verweerster in cassatie - verder te noemen: Groenteveiling Westland - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd:
a. te verklaren voor recht dat Groenteveiling Westland met haar gewraakte handelwijze jegens [betrokkene 1] onrechtmatig en/of in strijd met de redelijkheid en billijkheid en/of met de wet, statuten en reglementen heeft gehandeld door andere leden dan [betrokkene 1] toe te laten tomaten te veilen onder merk "Prominent" en/of [betrokkene 1] te verbieden tomaten te veilen onder merk "Prominent";
b. Groenteveiling Westland te veroordelen tot vergoeding van schade, op te maken bij staat, en tot betaling van een voorschot daarop van ƒ 25.000,-- en
c. Groenteveiling Westland te verbieden haar gewraakte handelwijze voort te zetten.
Groenteveiling Westland heeft primair de niet-ontvankelijkheid van [betrokkene 1] ingeroepen, zulks met een beroep op art. 34 van Pro haar statuten, en subsidiair verweer gevoerd.
De rechtbank heeft bij vonnis van 12 maart 1997 [betrokkene 1] niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.
Tegen dit vonnis heeft [betrokkene 1] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Groenteveiling Westland is bij notariële akte van 25 oktober 1996 met een aantal andere coöperaties een juridische fusie op de voet van art. 2:309 e.v. BW aangegaan, waarbij deze coöperaties als de verdwijnende rechtspersonen optraden en de bij de fusie opgerichte nieuwe coöperatie, Coöperatie Verenigde Tuinbouwveiling Nederland U.A., de verkrijgende rechtspersoon was. De naam van laatstgenoemde is vervolgens bij notariële akte van 5 februari 1997 in Coöperatie Voedings Tuinbouw Nederland U.A. (hierna: VTN) gewijzigd.
VTN heeft bij memorie van antwoord de grieven bestreden.
Na een tussenarrest van 29 januari 2004, heeft het hof bij eindarrest van 14 oktober 2004 het vonnis van de rechtbank van 12 maart 1997 bekrachtigd.
Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen zowel het tussenarrest als het eindarrest van het hof hebben thans eisers tot cassatie als erfgenamen van [betrokkene 1], die hangende het hoger beroep is overleden - verder eveneens in enkelvoud aan te duiden als: [eiser] - beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
VTN heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor VTN mede door mr. K. Teuben, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep, voor zover dit is gericht tegen het tussenarrest van 29 januari 2004, en tot verwerping van zijn beroep voor het overige.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 1 februari 2006 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van VTN begroot op € 463,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 april 2006.