ECLI:NL:HR:2006:AV0359
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Verjaringstermijn en schorsing door prejudiciële vragen in milieudelictzaak
In deze zaak gaat het om een overtreding van het Cadmiumbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen gepleegd op 16 februari 1999. De verdachte werd vervolgd voor het voorhanden hebben van cadmiumhoudende producten in handelsvoorraden. De zaak werd geschorst vanwege prejudiciële vragen die door de Hoge Raad aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen werden gesteld.
De Hoge Raad benadrukt dat artikel 73 Sr Pro beoogt te voorkomen dat de verjaringstermijn verloopt zolang een prejudicieel geschil aan een andere instantie wordt voorgelegd. Hierdoor is de verjaring geschorst vanaf het arrest van de Hoge Raad van 23 december 2003 tot het arrest van het Hof van Justitie van 6 oktober 2005.
Na de wetswijziging van artikel 72 Sr Pro per 1 januari 2006, die geen overgangsbepalingen bevat voor deze situatie, geldt dat de maximale verjaringstermijn ten hoogste twee maal twee jaar bedraagt. Gelet hierop is het recht tot strafvordering wegens verjaring vervallen. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van het strafrechtelijk vervolgingsrecht.