ECLI:NL:HR:2006:AV0404
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt terbeschikkingstelling ondanks weigering onderzoek en vermindert gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar en terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Verdachte had geweigerd mee te werken aan een psychiatrisch onderzoek in het Pieter Baan Centrum (PBC) en stelde dat hij alleen wilde meewerken aan een onderzoek dat niet door het PBC zou worden verricht. Het hof oordeelde terecht dat verdachte als weigerende observandus moest worden aangemerkt en dat het oudere PBC-rapport gebruikt mocht worden, omdat artikel 37, derde lid, Sr het mogelijk maakt om ook bij weigering een terbeschikkingstelling op te leggen zonder het vereiste van een recent rapport.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, bevestigde het oordeel van het hof en oordeelde dat het rapport van een arts-assistent psychiatrie en het feit dat het rapport ouder was dan een jaar geen reden waren om het rapport buiten beschouwing te laten. Wel werd de opgelegde gevangenisstraf verminderd van acht jaar naar zeven jaar en elf maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De zaak illustreert de toepassing van de wettelijke bepalingen omtrent terbeschikkingstelling bij een weigerende observandus en de gevolgen van termijnoverschrijding in cassatieprocedures. De Hoge Raad stelde dat de belangen van de verdachte bij het opleggen van een maatregel met dwangverpleging voldoende zijn gewaarborgd, ook als het onderzoek niet recent is en door een arts-assistent is uitgevoerd.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeven jaar en elf maanden, terbeschikkingstelling met dwangverpleging blijft gehandhaafd.