ECLI:NL:HR:2006:AV0635

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 februari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C05/016HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beëindiging huurovereenkomst woonruimte wegens wanbetaling en wangedrag

De zaak betreft een geschil over de opzegging van huurovereenkomsten voor woonruimte, waarbij de verhuurder de huurders verwijt dat zij stelselmatig tekortschoten in de betaling van huurpenningen en ander wangedrag vertoonden. De verhuurder vorderde via de kantonrechter beëindiging van de huurovereenkomsten en ontruiming van de appartementen. De kantonrechter wees de vordering toe en bepaalde dat de huurovereenkomsten per 30 september 2002 eindigden.

De huurders stelden hoger beroep in tegen dit vonnis, maar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch bekrachtigde het vonnis met een aanvulling van gronden. Vervolgens werd door de huurders cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, mede gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere beslissingen en veroordeelde de huurders in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door raadsheer E.J. Numann op 17 februari 2006.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de beëindiging van de huurovereenkomsten.

Uitspraak

17 februari 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/016HR
RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploot van 20 december 2001 eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - gedagvaard voor de kantonrechter te Maastricht en gevorderd een datum te bepalen waarop de tussen partijen bestaande huurovereenkomsten met betrekking tot de appartementen aan de [a-straat 1-2] te [plaats], zullen eindigen, zulks met veroordeling van [eiser] c.s. het gehuurde alsdan te ontruimen, op straffe van een dwangsom.
[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 4 september 2002 bepaald dat de huurovereenkomsten per 30 september 2002 zullen eindigen, [eiser] c.s. veroordeeld met ingang van 1 oktober 2002 voornoemde appartementen te ontruimen en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 2 maart 2004 heeft het hof het bestreden vonnis bekrachtigd, met aanvulling van gronden.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser]s c.s. toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 februari 2006.