ECLI:NL:HR:2006:AV0826
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over bewijslast bij belastingaanslagen
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 aanslagen opgelegd in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, alsmede premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, maar het Hof verklaarde het bezwaar alsnog ontvankelijk en handhaafde de aanslagen.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onjuist is uitgegaan van toepassing van artikel 25, lid 6, AWR en dat het niet verstrekken van originele bewijsstukken door belanghebbende niet leidt tot een omkering van de bewijslast. De Hoge Raad keert terug van een eerdere rechtspraak en stelt dat de bewijslast voor het aantonen van aftrekposten bij de belastingplichtige blijft.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof, behoudens het ontvankelijk verklaren van het bezwaar en de griffierechtsbeslissing, en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens wordt de Staat veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.