ECLI:NL:HR:2006:AV0829
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Verbindendheid van de vijfde standaardvoorwaarde bij juridische fusie volgens de Fusierichtlijn
In deze zaak heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen een beschikking van de Inspecteur waarin voorwaarden waren gesteld op grond van artikel 14b, lid 3, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Na handhaving van deze voorwaarden door de Inspecteur, heeft belanghebbende beroep ingesteld bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de vijfde standaardvoorwaarde, opgenomen in het Besluit van 8 juli 1998 en gewijzigd in 2000, niet verbindend zou zijn omdat deze in strijd zou zijn met de Fusierichtlijn (richtlijn nr. 90/434/EEG). De Hoge Raad oordeelde echter dat de voorwaarde niet leidt tot belemmering van de faciliteiten die de Fusierichtlijn biedt en dat er geen strijd is met artikel 14b van de Wet.
De Hoge Raad concludeerde dat het cassatieberoep ongegrond is en wees geen proceskosten toe. Hiermee is bevestigd dat de Inspecteur bevoegd is om de vijfde standaardvoorwaarde te verbinden aan de beschikking in het kader van juridische fusies onder de Wet op de vennootschapsbelasting.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de vijfde standaardvoorwaarde blijft verbindend.