ECLI:NL:HR:2006:AV1157

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01461/05 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • C.J.G. Bleichrodt
  • J.P. Balkema
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 447 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens ontbreken stellige klacht en termijnoverschrijding

In deze zaak heeft de klager beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank te Roermond betreffende een beklag over teruggave van voorwerpen. De Hoge Raad beoordeelde of het cassatiemiddel voldeed aan de wettelijke eisen, waaronder het bevatten van een stellige en duidelijke klacht over een rechtsregel of vormverzuim.

De schriftuur van de klager voldeed niet aan deze vereisten en bevatte geen geldige middelen van cassatie. Bovendien was de schriftuur niet binnen de wettelijk gestelde termijn door een raadsman ingediend, wat een schending van artikel 447, vijfde lid, Wetboek van Strafvordering betekent.

De Hoge Raad verklaarde daarom de klager niet-ontvankelijk in het beroep en liet de bestreden beschikking van de rechtbank ongewijzigd. Deze beslissing werd genomen door de vice-president en raadsheren in raadkamer en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van 21 maart 2006.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een stellige klacht en het niet tijdig indienen van de schriftuur.

Uitspraak

21 maart 2006
Strafkamer
nr. 01461/05 B
EC/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Roermond van 10 mei 2005, nummer RK 05/108, op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden beschikking
De Rechtbank heeft ongegrond verklaard het door klager ingediende beklag strekkende tot teruggave aan hem van de in bovenvermelde beschikking onder 1, 3, 4 en 5 omschreven voorwerpen en gegrond verklaard het door klager ingediend beklag ten aanzien van voorwerp 2 en teruggave daarvan gelast.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. P.G.C.P. Smits, advocaat te Venlo, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de klager niet-ontvankelijk zal verklaren in het beroep, dan wel het beroep zal verwerpen.
3. Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep
3.1. Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden beschikking heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.
3.2. Nu de klager niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 447, vijfde lid, Sv, zodat de klager in het beroep niet kan worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 maart 2006.