ECLI:NL:HR:2006:AV1580
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling en informatieplicht schuldenaar
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 10 maart 2006 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure betreffende de beëindiging van een schuldsaneringsregeling. De verzoekster, aangeduid als de schuldenaar, had in 2003 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling aangevraagd, welke door de rechtbank te Arnhem was toegewezen. De bewindvoerder heeft echter in 2005 verzocht om de beëindiging van deze regeling, wat door de schuldenaar werd bestreden. De rechtbank heeft na een mondelinge behandeling op 20 oktober 2005 de schuldsaneringsregeling beëindigd en een curator benoemd. Hierop heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem, dat op 1 december 2005 het vonnis van de rechtbank heeft bekrachtigd. Tegen deze beslissing heeft de schuldenaar cassatie ingesteld.
De Hoge Raad heeft in zijn arrest geoordeeld dat de klachten van de schuldenaar niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen nadere motivering behoeven, omdat ze niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekte tot verwerping van het beroep, en de advocaat van de schuldenaar heeft hierop gereageerd. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen, waarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof in stand zijn gebleven.