ECLI:NL:HR:2006:AV1594
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen arrest Gerechtshof Amsterdam in strafzaak
De verdachte heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 januari 2005. De advocaat van de verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, die aan het arrest zijn gehecht. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het beroep verworpen moet worden.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad ziet ook geen reden om het bestreden arrest ambtshalve te vernietigen. Daarom wordt het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president Bleichrodt als voorzitter en de raadsheren Balkema en van Dorst, en uitgesproken op 28 maart 2006.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen door de Hoge Raad.