ECLI:NL:HR:2006:AV3587
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onjuiste kwalificatie diefstal zonder braak
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een vonnis van de Politierechter te Leeuwarden, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen met braak. De aanvrage stelt dat er geen sprake was van braak, waardoor de kwalificatie onjuist zou zijn.
De Hoge Raad overweegt dat herziening alleen mogelijk is indien nieuwe, met bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden aan het licht komen die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een minder zware strafbepaling zou hebben geleid. Omdat de Politierechter het feit ook kwalificeerde als diefstal door meerdere verenigde personen, kan het ontbreken van braak niet leiden tot een minder zware strafbepaling.
Daarom is het verzoek kennelijk ongegrond en wijst de Hoge Raad het verzoek tot herziening af. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken op 7 maart 2006.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens het ontbreken van een omstandigheid die leidt tot een minder zware strafbepaling.