ECLI:NL:HR:2006:AV4043
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Parkeer- en fietsenstallingsdiensten bij attractiepark niet als bijkomende dienst voor omzetbelasting
Belanghebbende exploiteert een attractiepark en vraagt vergoeding voor toegang, parkeren en fietsenstalling. Over het tijdvak oktober 2002 heeft zij omzetbelasting betaald en verzocht om teruggaaf van een deel daarvan. Dit verzoek werd door de Inspecteur afgewezen en het Hof verklaarde het beroep ongegrond.
Het geschil betrof de vraag of het geven van gelegenheid tot parkeren en het stallen van fietsen een bijkomende dienst is die onder post b.14, aanhef en letter g van de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende Tabel I valt. Het Hof oordeelde dat deze diensten zelfstandige diensten zijn en niet als bijkomend bij het verlenen van toegang tot het park kunnen worden aangemerkt, mede gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde het oordeel van het Hof en wees proceskostenveroordeling af. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Vliet, Lourens en Punt op 10 maart 2006.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het oordeel dat parkeren en fietsenstalling geen bijkomende dienst zijn, blijft gehandhaafd.