ECLI:NL:HR:2006:AV4158

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 april 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01442/05 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.P. Balkema
  • A.J.A. van Dorst
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 SvArt. 445 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen cassatieberoep tegen beslissing hof op beklag ex artikel 12 Sv

Klaagster heeft bij het hof een beklag ingediend op grond van artikel 12 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Het hof heeft daarop een beschikking gegeven. Tegen deze beschikking is door klaagster cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het beroep op ontvankelijkheid getoetst en geoordeeld dat op grond van artikel 445 Sv Pro tegen de beschikking van het hof geen cassatieberoep openstaat, omdat het Wetboek van Strafvordering geen bepaling bevat die dit toestaat. De door klaagster aangevoerde argumenten in haar cassatiechriftuur konden hieraan niets afdoen.

Daarom verklaart de Hoge Raad klaagster niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep. De beschikking is gegeven door de raadsheer Balkema als voorzitter, met de raadsheren Van Dorst en Splinter-van Kan, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 25 april 2006.

Uitkomst: Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep tegen de beschikking van het hof op haar beklag ex artikel 12 Sv.

Uitspraak

25 april 2006
Strafkamer
nr. 01442/05 B
AGJ/JH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 maart 2005, nummer 04314K10, op een beklag als bedoeld in artikel 12 van Pro het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[Klaagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. E.M. Richel, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de klaagster niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep.
1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Volgens art. 445 Sv Pro staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald. Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking als de onderhavige beroep in cassatie openstaat, kan de klaagster in het ingestelde beroep niet worden ontvangen. Het in de schriftuur gestelde doet daaraan niet af.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer J.P. Balkema als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 april 2006.