ECLI:NL:HR:2006:AV4161

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01805/05
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging moord met voorbedachte rade en verkrachting met gevangenisstraf en TBS

In deze zaak werd verdachte veroordeeld door het Gerechtshof Leeuwarden voor moord met voorbedachte rade en verkrachting. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en legde een gevangenisstraf van vijftien jaren op, gecombineerd met terbeschikkingstelling (TBS) met bevel tot verpleging van overheidswege.

Verdachte stelde in cassatie dat de bewezenverklaarde voorbedachte rade niet kon worden afgeleid uit de bewijsmiddelen die het hof had gebruikt. De Hoge Raad beoordeelde dit middel en concludeerde dat uit de bewijsmiddelen, waaronder bewijsstukken 1, 5 en 6, de voorbedachte rade wel degelijk af te leiden was.

De Hoge Raad vond geen aanleiding om het arrest van het hof te vernietigen en verwierp het cassatieberoep. Hiermee bleef de strafoplegging van vijftien jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging in stand. Tevens werd de betalingsverplichting aan de benadeelde partij bevestigd.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt 15 jaar gevangenisstraf met TBS voor moord en verkrachting.

Uitspraak

28 maart 2006
Strafkamer
nr. 01805/05
SG/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 19 november 2004, nummer 24/000439-04, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Almere Binnen" te Almere.
1. De bestreden uitspraak
1.1. Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Assen van 17 maart 2004 - de verdachte ter zake van 1 primair "moord" en 2. "verkrachting" veroordeeld tot vijftien jaren gevangenisstraf en daarbij bevolen dat de verdachte ter beschikking zal worden gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd een en ander zoals in het arrest vermeld.
1.2. De aanvulling op het verkorte arrest als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel bevat de klacht dat de onder 1 bewezenverklaarde voorbedachte raad niet kan worden afgeleid uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen.
3.2. Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:
"hij op 14 februari 2003, in de gemeente Emmen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg zodanig geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd, dat tengevolge van dat geweld voornoemde [slachtoffer] is overleden."
3.3. Uit de bewijsmiddelen 1, 5 en 6 kan de bewezenverklaarde voorbedachte raad worden afgeleid.
3.4. Het middel faalt.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 28 maart 2006.