ECLI:NL:HR:2006:AV4196
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij vervalst reisdocument zaak
De Hoge Raad heeft op 11 april 2006 een arrest gewezen in een zaak waarbij de aanvrager was veroordeeld voor het bezit van een vervalst reisdocument. De aanvrager stelde dat hij het feit niet had begaan en dat dactyloscopisch onderzoek had aangetoond dat een ander zich van zijn personalia had bediend.
De aanvrage tot herziening berustte op artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering, dat herziening mogelijk maakt bij nieuwe feiten die het vermoeden wekken dat de veroordeelde onterecht is veroordeeld. De Officier van Justitie bevestigde dit vermoeden in een brief waarin werd gesteld dat sprake was van persoonsverwisseling.
De Hoge Raad concludeerde dat, indien de Politierechter op de hoogte was geweest van deze feiten, hij de aanvrager waarschijnlijk vrijgesproken zou hebben. Daarom werd de herziening gegrond verklaard, de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor herbehandeling.
Uitkomst: Herziening gegrond verklaard wegens persoonsverwisseling; zaak verwezen naar gerechtshof voor hernieuwde behandeling.