ECLI:NL:HR:2006:AV5017
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing belastingverdrag Nederland-Frankrijk en box 3 financieringsschuld
Belanghebbende kreeg voor 2002 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen uit werk en woning en uit sparen en beleggen, inclusief een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd, maar belanghebbende stelde cassatie in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad behandelde drie middelen. Het eerste middel betrof de vraag of de voorkomingsbreuk per box of gezamenlijk moet worden bepaald; de Hoge Raad oordeelde dat dit per box moet gebeuren. Het tweede middel betrof de kwalificatie van de belasting over het inkomen uit sparen en beleggen als een belasting naar het vermogen en de vraag of financieringsschulden van een Franse tweede woning in mindering mogen worden gebracht; de Hoge Raad bevestigde dat deze schulden in mindering mogen worden gebracht omdat de Nederlandse wetgeving dit voorschrijft.
Het derde middel betrof de hoogte van de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting, waarbij de Hoge Raad het beroep gegrond verklaarde en de aanslag verder verminderde. De uitspraak van het Hof werd vernietigd, behalve voor proceskosten en griffierecht. De Hoge Raad gelastte vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het hofarrest en vermindert de aanslag met een hogere vermindering ter voorkoming van dubbele belasting.