ECLI:NL:HR:2006:AV5025
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwalificatie vastgoedvennootschap voor overdrachtsbelasting
Belanghebbende verkreeg op 29 december 2000 een aandelenbelang van 9,9% in B B.V., die vastgoed verhuurde aan vennootschappen waarin belanghebbende eveneens een belang had. De overige aandelen werden gehouden door de broer van de enig aandeelhouder van belanghebbende, die het gezag uitoefende.
Belanghebbende betaalde overdrachtsbelasting over de aandelen, maakte bezwaar en verzocht om teruggaaf, wat werd afgewezen. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond. In cassatie stond centraal of B.V. als vastgoedvennootschap kon worden aangemerkt, mede gelet op de jurisprudentie uit BNB 1986/34.
De Hoge Raad bevestigde dat de vennootschap als afzonderlijke eenheid moet worden beschouwd en dat de uitzondering uit BNB 1986/34 alleen geldt indien de vennootschap zelf een bedrijf uitoefent of via zeggenschap indirect. Omdat B.V. geen feitelijke zeggenschap over de gehuurde vennootschappen had en uitsluitend vastgoed verhuurde, kwalificeert zij als vastgoedvennootschap volgens artikel 4 lid 1 WBR Pro. Het beroep faalt en de proceskosten worden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de kwalificatie van B.V. als vastgoedvennootschap bevestigd.