ECLI:NL:HR:2006:AV5227

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03135/05 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • C.J.G. Bleichrodt
  • J.P. Balkema
  • A.J.A. van Dorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 457 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek in zaak medeplegen en vals reisdocument

De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam uit 2003, waarin de aanvrager werd veroordeeld wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en het bezit van een vals reisdocument. De aanvrager, destijds gedetineerd, stelde dat het hof ten onrechte had aangenomen dat de XTC-pillen in Bergen op Zoom waren verpakt, terwijl uit nieuwe stukken bleek dat de verpakking in Baarle-Hertog had plaatsgevonden.

De Hoge Raad beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 457 Sv Pro, dat herziening alleen toestaat bij nieuwe bewijsmiddelen die het ernstig vermoeden wekken dat de zaak bij bekendheid tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een lichtere straf zou hebben geleid. De Hoge Raad oordeelde dat de geografische nuance tussen Bergen op Zoom en Baarle-Hertog niet in strijd is met de bewezenverklaring dat de pillen buiten Nederland werden gebracht.

Hierdoor kon het verzoek geen ernstig vermoeden van onrechtmatigheid wekken en werd het verzoek tot herziening afgewezen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 7 maart 2006.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen en de veroordeling blijft in stand.

Uitspraak

7 maart 2006
Strafkamer
nr. 03135/05 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 17 december 2003, nummer 23/003834-02, ingediend door mr. R. Zilver, advocaat te Nieuwegein, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952, thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Nieuw Vosseveld" te Vught.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Amsterdam van 18 oktober 2002 - de aanvrager ter zake van 1) "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod" en 2) "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet, dat het vals is" veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar, met onttrekking aan het verkeer zoals in het arrest omschreven.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voorzover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. In de aanvrage wordt aangevoerd dat het Hof ten onrechte als vaststaand heeft aangenomen dat de in de bewezenverklaring onder 1 bedoelde XTC-pillen zijn verpakt te Bergen op Zoom, aangezien uit de overgelegde producties kan worden afgeleid dat ze te Baarle-Hertog zijn verpakt.
3.3. De aanvrage kan niet een ernstig vermoeden wekken als hiervoor onder 3.1 bedoeld, aangezien het aangevoerde - reeds gelet op de ligging van de Belgische enclave Baarle-Hertog - niet in strijd is met de bewezenverklaring, inhoudende dat de aanvrager die in Duitsland aangetroffen pillen "tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht".
3.4. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 7 maart 2006.