ECLI:NL:HR:2006:AV6084
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens tekortkoming schuldenaar
De rechtbank Breda heeft op 20 mei 2003 de definitieve toepassing van de schuldsanering uitgesproken ten aanzien van eisers. Na een schriftelijk advies van de bewindvoerder en de rechter-commissaris om de regeling te beëindigen, heeft de rechtbank op 15 augustus 2005 vastgesteld dat eisers toerekenbaar zijn tekortgeschoten in de nakoming van verplichtingen uit de schuldsanering. De rechtbank beëindigde daarop de schuldsaneringsregeling en benoemde een rechter-commissaris in het faillissement dat daarop volgde.
Eisers stelden hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat het vonnis van de rechtbank op 21 november 2005 bekrachtigde. Vervolgens werd beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was. Het beroep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand, waarmee de beëindiging van de schuldsaneringsregeling definitief werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens tekortkoming van de schuldenaar.