ECLI:NL:HR:2006:AV6128
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep na verstekveroordeling in hoger beroep op de Nederlandse Antillen
De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van gekwalificeerde doodslag en vuurwapenbezit door het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen. In hoger beroep verscheen de verdachte niet, waarna het Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba hem bij verstek veroordeelde tot twaalf jaar gevangenisstraf voor doodslag, vuurwapenbezit en overtreding van de Opiumlandsverordening.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit verstekvonnis, maar stelde geen cassatiemiddelen voor. Hij verzocht de Hoge Raad het cassatieberoep als verzet tegen het verstekvonnis te beschouwen. De Advocaat-Generaal adviseerde de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren.
De Hoge Raad overwoog dat ingevolge de Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen en Aruba tegen verstekvonnissen geen cassatieberoep openstaat en dat het cassatieberoep niet kan worden aangemerkt als verzet. Dit in tegenstelling tot eerdere jurisprudentie die niet van toepassing is op hoger beroep bij verstek. Daarom verklaarde de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep tegen het verstekvonnis.