ECLI:NL:HR:2006:AV6219
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken verzet tegen verstekvonnis
De verdachte werd op 10 mei 2004 door de Kantonrechter bij verstek veroordeeld tot een geldboete van € 40,- wegens overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 1994.
De verdachte stelde op 28 februari 2005 hoger beroep in, maar het Gerechtshof te 's-Gravenhage verstond dit als een cassatieberoep tegen het verstekvonnis. De Advocaat-Generaal concludeerde dat het beroep als verzet moest worden beschouwd, aangezien tegen verstekvonnissen verzet openstaat en cassatie niet.
De Hoge Raad oordeelde dat de verdachte binnen veertien dagen na het verstekvonnis verzet had moeten instellen, wat niet was gebeurd. Hierdoor kon geen rechter het cassatieberoep ontvankelijk verklaren. De Hoge Raad verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in het ingestelde rechtsmiddel en wees het beroep af.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het ontbreken van tijdig verzet tegen het verstekvonnis.