ECLI:NL:HR:2006:AV7065
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek in strafzaak doodslag
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een vonnis van de Rechtbank Amsterdam uit 1992, waarbij de aanvrager niet strafbaar werd verklaard voor doodslag, ontslagen werd van rechtsvervolging en werd geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis.
De Hoge Raad beoordeelde of het verzoek tot herziening voldeed aan de wettelijke vereisten, waaronder het aanvoeren van nieuwe, bij het oorspronkelijke onderzoek onbekende omstandigheden die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak of niet-ontvankelijkverklaring zou hebben geleid.
De aanvrage bevatte geen dergelijke omstandigheden en voldeed niet aan de eisen van art. 459 en Pro 460 Sv, waardoor de Hoge Raad het verzoek niet-ontvankelijk verklaarde.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 14 maart 2006.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van nieuwe omstandigheden.