ECLI:NL:HR:2006:AW2105
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens meineed getuige in strafzaak poging tot afpersing
In deze zaak verzocht de aanvrager herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch dat hem veroordeelde voor poging tot afpersing. De grond voor herziening was dat een getuige, inspecteur van regiopolitie, opzettelijk een valse verklaring had afgelegd tijdens het hoger beroep, hetgeen later door een vonnis wegens meineed werd bevestigd.
Het hof had reeds vastgesteld dat de getuige onwaarheden had verklaard en dat dit een ongewenste en onrechtmatige situatie betrof. Als sanctie was het bewijs van de door deze getuige opgemaakte proces-verbaal en verklaringen uitgesloten. Het hof oordeelde echter dat deze schending niet zodanig ernstig was dat het OM niet-ontvankelijk verklaard moest worden.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat hoewel de getuige opzettelijk heeft gelogen, dit niet heeft geleid tot een zodanige ernstige schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde dat het recht op een eerlijke behandeling van de verdachte fundamenteel werd aangetast. Daarom wordt het verzoek tot herziening afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling voor poging tot afpersing.