ECLI:NL:HR:2006:AW2473
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens ontbreken van onderbouwd verweer tegen bewijswaardering
In deze strafzaak is verdachte in hoger beroep veroordeeld voor poging tot afpersing. Tijdens het hoger beroep is een deskundigenrapport van Prof. Dr. P.J. van Koppen overgelegd, waarin de betrouwbaarheid van de bekennende verklaringen van verdachte ter discussie werd gesteld.
De verdediging stelde dat deze verklaringen niet als bewijs mochten worden gebruikt vanwege vermeende ontoelaatbare druk tijdens de politieverhoren. Het hof oordeelde echter dat er geen disproportionele druk was uitgeoefend en verwierp het verweer. In cassatie klaagde verdachte dat het hof niet voldoende had gemotiveerd waarom het niet op het deskundigenrapport was ingegaan.
De Hoge Raad stelt vast dat uit het proces-verbaal en het arrest niet blijkt dat het specifieke verweer dat de verklaringen op basis van het rapport moesten worden uitgesloten, daadwerkelijk is gevoerd tijdens de terechtzitting. Daarom is het cassatieberoep ongegrond en wordt het verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.