ECLI:NL:HR:2006:AW3581
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen eigen vervoer bij uitlening vrachtauto aan derde
In deze zaak stond centraal of het vervoer met een vrachtauto, die door verdachte met chauffeur was uitgeleend aan een transporteur, kwalificeert als eigen vervoer ex artikel 1.1.g van de Wet goederenvervoer over de weg. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat geen sprake was van eigen vervoer, omdat het vervoer werd verricht voor derden en niet voor de onderneming van verdachte zelf.
Het hof had geoordeeld dat het vervoer niet behoefde te worden verricht voor de onderneming van verdachte en dat de vrachtauto met chauffeur was uitgeleend aan een andere transporteur. Ook het feit dat betaling vaak met gesloten beurzen plaatsvond, waarbij diensten werden uitgewisseld, deed hieraan niet af. Het hof vond dat dit vervoer voor derden tegen betaling plaatsvond en dat incidenteel beroepsvervoer in het kader van collegiale inleen of vriendendienst niet als eigen vervoer kan worden aangemerkt.
Verder oordeelde het hof dat niet was voldaan aan de criteria van artikel 39 van Pro het Besluit goederenvervoer over de weg, omdat het vervoer niet voor rekening van de onderneming van verdachte werd verricht. De Hoge Raad vond deze overwegingen niet onjuist of onbegrijpelijk en verwierp het cassatieberoep. Daarmee bleef de veroordeling van verdachte wegens overtreding van een voorschrift van de Wet goederenvervoer over de weg in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot een geldboete wegens overtreding van de Wet goederenvervoer over de weg.