ECLI:NL:HR:2006:AX3225
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Geschil over rechtsgeldigheid voorwaardelijke oproeping en strijdigheid huishoudelijk reglement met statuten
In deze zaak staat een geschil centraal tussen een lid van de coöperatieve vereniging KOOPERATIVA DI SPAR I KREDITO EMPLEADONAN PETROLERO (KEP) en de vereniging zelf over de rechtsgeldigheid van een voorwaardelijke oproeping voor een vergadering aansluitend op de algemene ledenvergadering. De eiser, wonende op Curaçao, stelde dat het huishoudelijk reglement van de vereniging in strijd was met de statuten en verzocht vernietiging van het betreffende artikel en de besluiten van de tweede algemene ledenvergadering van 18 mei 2003.
De procedure begon met een verzoekschrift tot verkorte oproeping en vernietiging van besluiten, waarna KEP bezwaar maakte tegen de termijnsverkorting. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank wees de vorderingen af en veroordeelde de eiser in de proceskosten. Het hoger beroep bevestigde dit vonnis en veroordeelde de eiser eveneens in de kosten.
De eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die het beroep verwerpt. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. De eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.