ECLI:NL:HR:2006:AX6432

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 mei 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00312/06 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek inzake militaire detentie wegens opzettelijke ongehoorzaamheid in oorlogstijd

De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een vonnis van de Krijgsraad te velde West uit 1957, waarbij de aanvrager werd veroordeeld tot één week militaire detentie wegens opzettelijke ongehoorzaamheid in oorlogstijd. Tevens werd herziening gevraagd van een arrest van de Hoge Raad uit 2005 waarin het herzieningsverzoek reeds niet-ontvankelijk was verklaard.

De Hoge Raad beoordeelde dat het herzieningsverzoek ten aanzien van het vonnis niet-ontvankelijk was omdat het geen beroep inhield op nieuwe feitelijke omstandigheden die tot vrijspraak zouden kunnen leiden. Daarnaast werd het verzoek ten aanzien van het arrest afgewezen omdat dit arrest niet kwalificeerde als een einduitspraak in de zin van artikel 457, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Hoge Raad verklaarde derhalve het gehele herzieningsverzoek niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de eerdere beslissing. Dit arrest werd gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 23 mei 2006.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe feiten en het ontbreken van een einduitspraak.

Uitspraak

23 mei 2006
Strafkamer
nr. 00312/06 H
IV/AM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van (a) een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Krijgsraad te velde West van 26 juni 1957, nummer 295/57, en (b) een arrest van de Hoge Raad van 20 december 2005, nummer 02700/05 H, ingediend door:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1920, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraken waarvan herziening is gevraagd
De Krijgsraad heeft bij het hiervoor onder (a) vermelde vonnis de aanvrager ter zake van "opzettelijke ongehoorzaamheid, gepleegd in tijd van oorlog" veroordeeld tot één week militaire detentie.
De Hoge Raad heeft bij het hiervoor onder (b) vermelde arrest de aanvrage tot herziening van dat vonnis niet-ontvankelijk verklaard.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Wat betreft het vonnis onder (a) kan de aanvrage niet worden ontvangen nu zij niets behelst wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden van feitelijke aard die - ware de Krijgsraad daarmee bekend geweest - zouden hebben geleid tot vrijspraak.
3.2. Wat betreft het arrest onder (b) kan de aanvrage niet tot herziening leiden, reeds omdat dat arrest niet is een einduitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvrage kan derhalve ook in zoverre niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 23 mei 2006.