ECLI:NL:HR:2006:AX6436
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat softwarelevering en aanpassing één dienst vormen onder de Zesde richtlijn
In deze zaak stond centraal de vraag of de levering van standaardsoftware en de daaropvolgende aanpassing aan specifieke wensen van de afnemer als één enkele dienst moet worden aangemerkt voor de toepassing van de omzetbelasting. De Hoge Raad verwijst naar een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen die duidelijk maakt dat nauw met elkaar verbonden elementen die economisch één geheel vormen, niet kunstmatig gesplitst mogen worden.
Het Hof van Justitie oordeelde dat wanneer de aanpassing van software niet gering of ondergeschikt is, maar een overheersend karakter heeft, de combinatie van levering en aanpassing als één dienst moet worden gekwalificeerd. Dit is met name het geval als de aanpassing essentieel is om de software op maat te kunnen gebruiken.
De Hoge Raad bevestigt dat in het onderhavige geval sprake is van één enkele prestatie, namelijk de terbeschikkingstelling van specifieke software, die moet worden aangemerkt als een dienst onder artikel 9, lid 2, letter e, derde streepje, van de Zesde richtlijn. De beoordeling van het hof dat deze prestatie één geheel vormt, is niet onjuist en kan in cassatie niet worden getoetst.
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en wijst een veroordeling in proceskosten af. Hiermee is de rechtsopvatting van het hof bevestigd dat de combinatie van levering en aanpassing van software als één dienst voor de omzetbelasting moet worden behandeld.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat levering en aanpassing van software één dienst vormen onder de Zesde richtlijn.