ECLI:NL:HR:2006:AX6615

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R05/092HR (OK 120)
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 2:248 lid 2 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot enquête wegens onvoldoende gegronde redenen voor wanbeleid

Verzoekster heeft bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam een verzoek ingediend tot benoeming van een enquêteur om te onderzoeken of het bestuur van CallActive wanbeleid heeft gepleegd. CallActive heeft het verzoek bestreden en de ondernemingskamer heeft het verzoek op 20 april 2005 afgewezen en verzoekster veroordeeld in de proceskosten.

Verzoekster stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen, omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen opriepen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad veroordeelde verzoekster in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 336,38 aan verschotten en € 1.800,-- aan salaris. Hiermee is het verzoek tot enquête definitief afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot enquête afgewezen.

Uitspraak

23 juni 2006
Eerste Kamer
Nr. R05/092HR (OK 120)
MK/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk,
t e g e n
CALLACTIVE B.V.,
gevestigd te Muiderberg,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma,
e n t e g e n
1. [Belanghebbende 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Belanghebbende 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [Belanghebbende 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Belanghebbende 4],
gevestigd te [vestigingsplaats],
BELANGHEBBENDEN in cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma.
1. Het geding in feitelijke instantie
Verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - heeft op 17 december 2004 een verzoekschrift ingediend bij de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam en verzocht een enquêteur te benoemen, te onderzoeken alsdan en in hoeverre het gevoerde beleid van het bestuur van verweerster in cassatie - verder te noemen: CallActive - valt aan te merken als wanbeleid in de zin der wet, met bepaling dat de kosten van de procedure en van de te benoemen enquêteur worden gedragen door CallActive.
CallActive heeft het verzoek bestreden en verzocht [verzoekster] niet ontvankelijk te verklaren althans haar verzoek af te wijzen, kosten rechtens.
De ondernemingskamer heeft bij beschikking van 20 april 2005 het verzoek van [verzoekster] afgewezen, haar in de kosten van het geding veroordeeld en de beschikking wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De beschikking van de ondernemingskamer is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de ondernemingskamer heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
CallActive heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van CallActive begroot op € 336,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop, W.A.M. van Schendel en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 juni 2006.