ECLI:NL:HR:2006:AX7442
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid fouillering en onderzoek op luchthaven Hato Curaçao
De zaak betreft een verdachte die op 19 juni 2003 op de luchthaven Hato te Curaçao werd staande gehouden en onderzocht in het kader van een grootschalige actie op basis van een schriftelijk bevel van de Hoofdofficier van Justitie. Tijdens het onderzoek werden een geldbedrag en een vervalst paspoort aangetroffen. De verdachte voerde verweer dat het bewijsmateriaal onrechtmatig was verkregen omdat het onderzoek geen toereikende wettelijke basis had en in strijd was met artikel 8 EVRM Pro.
De Hoge Raad stelde vast dat de bevoegdheden voor het openen van verpakkingen, onderzoeken van vervoermiddelen en kledingonderzoeken waren gebaseerd op artikelen uit de Opiumlandsverordening 1960 en de Vuurwapenverordening 1930, die voorzien in schriftelijke bevelen waarmee deze bevoegdheden tegen iedereen kunnen worden uitgeoefend. Het bevel van 11 juni 2003 was gemotiveerd en openbaar gemaakt, waardoor het aan het vereiste van toegankelijkheid en voorzienbaarheid voldeed.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de inbreuk op de privacy proportioneel was en noodzakelijk in een democratische samenleving vanwege de concrete aanwijzingen van drugs- en vuurwapendelicten rond de luchthaven. De klacht dat het bevel disproportioneel was, faalde omdat geen feiten werden aangevoerd die disproportionaliteit konden aantonen. Het beroep in cassatie werd daarom verworpen.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de rechtmatigheid van het onderzoek en de bewijsmiddelen, en verwierp het cassatieberoep van de verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtmatigheid van het onderzoek en verwierp het cassatieberoep van de verdachte.