ECLI:NL:HR:2006:AX7473
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid verzoek tot verstrekking persoonsgegevens zonder bevel ex art. 96a Sv
In deze strafzaak ging het om de vraag of het bevel tot uitlevering van stukken ex artikel 96a Wetboek van Strafvordering ook de verstrekking van persoonsgegevens mocht omvatten. Het hof had geoordeeld dat het bevel zich beperkte tot voor inbeslagneming vatbare voorwerpen en dat het verzoek om inlichtingen over de persoon van verdachte een afzonderlijk, niet-verplichtend verzoek was.
De verdachte stelde dat het bevel onrechtmatig was omdat het onterecht was uitgevaardigd voor persoonsgegevens, wat zou leiden tot bewijsuitsluiting. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat het verzoek om gegevensverstrekking niet per se krachtens een wettelijke bevoegdheid hoeft te worden gedaan.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven. Het beroep in cassatie werd verworpen omdat de middelen niet tot cassatie konden leiden en er geen reden was de uitspraak ambtshalve te vernietigen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de bewijsvergaring is rechtmatig bevonden en de veroordeling blijft in stand.