ECLI:NL:HR:2006:AX8621
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vervolging na politiesepot wegens nieuwe feiten seksueel binnendringen
De zaak betreft een verdachte die in eerste aanleg een politiesepot ontving voor incest, waarna het Openbaar Ministerie later alsnog tot vervolging overging op grond van nieuwe feiten en omstandigheden. Deze nieuwe feiten betroffen het seksueel binnendringen van een minderjarig slachtoffer, ondersteund door verklaringen van getuigen en familieleden.
De verdediging voerde aan dat vervolging niet mogelijk was wegens het eerdere politiesepot en het ne bis in idem-beginsel. Het hof oordeelde echter dat de nieuwe feiten een ander en ernstiger strafbaar feit betroffen dan de oorspronkelijke incestklacht, waardoor vervolging gerechtvaardigd was. Tevens stelde het hof dat het politiesepot geen definitieve niet-ontvankelijkverklaring was in de zin van artikel 255 Sv Pro.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. Het hof had het verweer van niet-ontvankelijkheid terecht verworpen en het onderscheid tussen incest en seksueel binnendringen juist uitgelegd. De strafrechtelijke vervolging werd dus gegrond verklaard en de opgelegde straf van 24 maanden, waarvan zes voorwaardelijk, bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vervolging en strafoplegging wegens seksueel binnendringen ondanks eerder politiesepot.