ECLI:NL:HR:2006:AX8794

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C05/055HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • H.A.M. Aaftink
  • O. de Savornin Lohman
  • J.C. van Oven
  • E.J. Numann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid bestuurders voor schulden gefailleerde vennootschap afgewezen

Eisers vorderden bij de rechtbank dat bestuurders van een gefailleerde vennootschap hoofdelijk aansprakelijk werden gesteld voor schulden die zij hadden opgelopen door afname van radijs. De rechtbank wees deze vordering af en veroordeelde eisers in de proceskosten. In hoger beroep werd dit vonnis bekrachtigd en eveneens werden eisers in de kosten veroordeeld.

Eisers stelden vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, aangezien er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Het cassatieberoep werd verworpen en eisers werden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef de aansprakelijkheid van de bestuurders voor de schulden van de gefailleerde vennootschap onaanvaardbaar verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

16 juni 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/055HR
JMH/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Eiseres 3],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eisers tot cassatie - verder afzonderlijk te noemen: [eiser 1], [eiser 2] en [eiseres 3], dan wel gezamenlijk: [eiser] c.s. - hebben bij exploot van 10 juni 1999 verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - gedagvaard voor de rechtbank te Roermond en gevorderd bij vonnis te verklaren voor recht dat [verweerder] c.s. hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van Gopack B.V. en hen te veroordelen om aan [eiser 1] te voldoen een bedrag van ƒ 148.000,--, aan [eiser 2] een bedrag van ƒ 144.173,83 en aan [eiseres 3] een bedrag van ƒ 21.230,86, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 1999, althans vanaf het moment van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [verweerder] c.s. in de kosten van deze procedure. Voorts hebben [eiser] c.s. bij afzonderlijke akte de grondslag van hun vordering aangevuld.
[Verweerder] c.s. hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 30 november 2000 het gevorderde afgewezen en [eiser] c.s. in de proceskosten aan de zijde van [verweerder] c.s. veroordeeld.
Tegen het vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij tussenarrest van 29 april 2002 heeft het hof [eiser] c.s. tot bewijslevering toegelaten en bij tussenarrest van 2 maart 2004 de zaak naar de rol verwezen ter fine van uitlating of partijen schriftelijk dan wel mondeling willen pleiten.
Het hof heeft bij eindarrest van 2 november 2004 voormeld vonnis van de rechtbank bekrachtigd en [eiser] c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep veroordeeld.
De arresten van het hof van 29 april 2002, 2 maart 2004 en 2 november 2004 zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de drie laatstvermelde arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 27 februari 2006 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 1.171,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 juni 2006.