ECLI:NL:HR:2006:AX8887
Hoge Raad
- Raadkamer
- W.J.M. Davids
- A.G. Pos
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Verlenging schorsing raadsheer wegens ernstig vermoeden van misdrijf en ontslag
Op 13 maart 2006 heeft de Hoge Raad besloten de schorsing van een raadsheer in het Gerechtshof te Leeuwarden te verlengen tot 30 april 2006. Deze verlenging volgt op eerdere schorsingen die reeds meerdere malen met drie maanden waren verlengd sinds 7 juli 2005.
De Procureur-Generaal had de verlenging gevorderd op grond van een brief van de Hoofdofficier van Justitie waarin werd aangegeven dat binnenkort tot dagvaarding van de betrokkene zal worden overgegaan. Tevens was een Koninklijk Besluit overgelegd waarin het ontslag van de betrokkene als raadsheer per 30 april 2006 was verleend.
De Hoge Raad oordeelde dat het ernstige vermoeden van feiten of omstandigheden die tot ontslag op grond van artikel 46m van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra) kunnen leiden, onverminderd aanwezig is. Omdat de betrokkene per 30 april 2006 geen rechterlijk ambtenaar meer zal zijn, werd de schorsing verlengd tot die datum.
De raadsman van de betrokkene liet weten zich te willen beroepen op het oordeel van de Hoge Raad en verscheen niet in raadkamer. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de vierde kamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verlengt de schorsing van de raadsheer als rechterlijk ambtenaar tot 30 april 2006.