ECLI:NL:HR:2006:AX9517
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens persoonsverwisseling in verkeerszaak
De aanvrage tot herziening betreft een vonnis van de Politierechter te Haarlem van 7 februari 2005, waarin de aanvrager is veroordeeld voor overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994. De aanvrage is gebaseerd op de stelling dat sprake zou zijn van persoonsverwisseling, waarbij de bestuurder die de naam van de aanvrager heeft opgegeven mogelijk een andere persoon was.
Ter onderbouwing van deze stelling zijn verschillende omstandigheden aangevoerd, zoals het verzoek om een tolk Russisch terwijl de aanvrager Georgisch is, het tonen van een Georgisch rijbewijs door de bestuurder, het gebruik van een als vermist opgegeven identiteitskaart en verschillen in handtekeningen. De Hoge Raad beoordeelt deze omstandigheden kritisch en concludeert dat zij onvoldoende steun bieden voor het vermoeden van persoonsverwisseling.
De stukken tonen onder meer aan dat het verhoor met een tolk Russisch is gehouden, maar niet dat de bestuurder zelf om deze tolk heeft gevraagd. Ook is niet vastgesteld dat de bestuurder een Georgisch rijbewijs heeft getoond of een identiteitskaart na aanhouding heeft getoond. De verschillen in handtekeningen zijn niet zodanig dat zij een grond voor herziening vormen.
Op grond van artikel 457 Sv Pro kan herziening slechts worden toegestaan indien nieuwe bewijsmiddelen een ernstig vermoeden wekken dat het oorspronkelijke onderzoek tot een andere uitkomst zou hebben geleid. Dit is hier niet het geval. Daarom wijst de Hoge Raad de aanvrage tot herziening af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens onvoldoende bewijs voor persoonsverwisseling.