ECLI:NL:HR:2006:AX9704
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden bij echtscheiding met algehele uitsluiting over overwaarde woning
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de afwikkeling van hun huwelijk op grond van huwelijkse voorwaarden met algehele uitsluiting. De vrouw had een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank, waarop de man een zelfstandig verzoek tot echtscheiding en een bijdrage in levensonderhoud indiende, alsmede een vordering tot verrekening van de overwaarde van de aan de vrouw toebehorende woning.
De rechtbank sprak de echtscheiding uit, wees de bijdrage in levensonderhoud af en bepaalde dat de huwelijkse voorwaarden waren afgewikkeld, waarbij de vrouw niets meer aan de man verschuldigd was. De man stelde hoger beroep in tegen deze beschikking, maar het gerechtshof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees zijn verdere verzoeken af.
De man stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, dat werd verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2006.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de vrouw niets meer aan de man verschuldigd is over de overwaarde van de woning.