ECLI:NL:HR:2006:AY8339
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid en schadevergoeding bij afpersing
In deze strafzaak werd de verdachte door het Hof Amsterdam veroordeeld voor afpersing en poging tot afpersing, gepleegd door meerdere verenigde personen. Het hof legde een gevangenisstraf op van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, en kende een schadevergoeding toe van €55.000 aan het slachtoffer, waarbij de verdachte hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld voor dit bedrag.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte de betalingsverplichting hoofdelijke aansprakelijkheid had opgelegd, terwijl het bedrag gezamenlijk was verkregen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht van hoofdelijke aansprakelijkheid was uitgegaan en dat de betalingsverplichting kon worden bepaald op het toewijsbare gedeelte van de schade. De beslissing van het hof behoeft geen nadere motivering omdat deze voortvloeit uit de wet.
De Hoge Raad maakte tevens onderscheid tussen de toepassing van artikel 36f Sr, dat ziet op schadevergoeding aan het slachtoffer, en artikel 36e Sr, dat betrekking heeft op ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat. De beperking van het ontnemen van voordeel tot het daadwerkelijk verkregen bedrag geldt niet bij schadevergoeding. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt hoofdelijke aansprakelijkheid van verdachte voor schadevergoeding van €55.000 en verwerpt het cassatieberoep.