ECLI:NL:HR:2006:AY8648
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing navorderingsaanslag bij schijnhandeling kapitaalverzekering
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, gevolgd door een navorderingsaanslag die een hoger belastbaar inkomen vaststelde. Na bezwaar bleef de Inspecteur bij zijn standpunt, maar het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de navorderingsaanslag. De Staatssecretaris stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat voor het bestaan van een overeenkomst tot verkoop van de kapitaalverzekering vereist is dat de wil van beide partijen daarop gericht is. Het Hof had geoordeeld dat niet aannemelijk was dat belanghebbende de polis wilde laten afkopen door B, maar dat hij vooral de uitvoering van de lijfrenteclausule wilde nastreven. Dit oordeel was voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk.
Daarom verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep van de Staatssecretaris. Het incidentele beroep van belanghebbende werd niet behandeld omdat het alleen aan de orde kwam bij vernietiging van het principale beroep. De Minister van Financiën werd veroordeeld in de proceskosten van het principale beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag vernietigd.