ECLI:NL:HR:2006:AY8966
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verklaring van 'ten verkoop in voorraad hebben' in Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
In deze zaak stond de uitleg van het begrip 'ten verkoop in voorraad hebben' in artikel 41, derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren centraal. Verdachte werd ten laste gelegd dat zij Bouvier-pups met gecoupeerde staarten ten verkoop in voorraad had, terwijl deze ingreep verboden is volgens artikel 40 van Pro dezelfde wet.
Het hof had bewezen verklaard dat verdachte de pups onder zich had terwijl de staarten al waren gecoupeerd, hoewel de koopovereenkomsten al eerder waren gesloten. Verdachte voerde aan dat de verkoop en levering al hadden plaatsgevonden vóór de ingreep, zodat zij zich niet schuldig zou hebben gemaakt aan het strafbare feit.
De Hoge Raad oordeelde dat het begrip 'ten verkoop in voorraad hebben' mede moet worden uitgelegd als het houden van dieren onder zich na een gesloten koopovereenkomst, totdat de dieren aan de koper worden overgedragen. Dit sluit aan bij het doel en de strekking van de wet, die dieren beschermt tegen schadelijke ingrepen. Het beroep van verdachte werd verworpen en het vonnis van het hof bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling wegens het ten verkoop in voorraad hebben van pups met een verboden ingreep blijft in stand.