ECLI:NL:HR:2006:AY8995
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek in oplichtingszaak
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin de aanvrager was veroordeeld wegens oplichting. De aanvrager was in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf van dertig uur, subsidiair vijftien dagen hechtenis.
De Hoge Raad beoordeelt of het verzoek tot herziening voldoet aan de wettelijke vereisten, met name of het gebaseerd is op nieuwe feitelijke omstandigheden die niet bij de terechtzitting bekend waren en die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkverklaring of een minder zware straf had geleid.
De Hoge Raad oordeelt dat het verzoek niet aan deze criteria voldoet omdat het niet steunt op een nieuwe feitelijke omstandigheid. Daarom wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen door de vice-president Koster als voorzitter en raadsheren Balkema en de Hullu, en uitgesproken op 19 september 2006.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet steunt op nieuwe feitelijke omstandigheden.