ECLI:NL:HR:2006:AY9169
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verzoek om verlof tot overdracht stukken aan buitenlandse autoriteiten afgewezen
In deze zaak heeft de Rechtbank Arnhem verlof verleend aan de Rechter-Commissaris om stukken van overtuiging ter beschikking te stellen aan de Officier van Justitie met het oog op afgifte aan Duitse autoriteiten. Betrokkene stelde dat dit verlof onrechtmatig was omdat de stukken reeds vóór de onherroepelijke beschikking aan de buitenlandse opsporingsambtenaren waren verstrekt.
De Hoge Raad oordeelde dat het voorschrift van art. 552p, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, dat verlof vereist voor overdracht van stukken, geen betekenis heeft indien de stukken reeds eerder aan de verzoekende Staat zijn verstrekt. Hoewel deze klacht slaagt, leidt dit niet tot cassatie omdat de Rechtbank het verlof terecht heeft verleend met het oog op de afgifte aan de Duitse autoriteiten. Betrokkene kon geen strafvorderlijk belang aantonen bij de klacht dat de stukken al eerder waren ingezien.
De Hoge Raad concludeerde dat geen van de middelen tot cassatie leiden en dat er geen reden is om de beschikking ambtshalve te vernietigen. Het beroep wordt dan ook verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verleende verlof tot overdracht van stukken aan Duitse autoriteiten blijft in stand.