ECLI:NL:HR:2006:AY9491
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de waardering onroerende zaak en toepassing Wegenwet op busstation
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde waarde van een onroerende zaak gelegen aan a-straat 1 te Q voor de periode 2002-2004, welke door het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar is gehandhaafd. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het oordeelde dat het busstation niet als openbare weg in de zin van de Wegenwet kan worden aangemerkt.
In cassatie betoogde belanghebbende onder meer dat het busstation wel onder de uitzondering voor openbare landwegen valt. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht heeft vastgesteld dat de feitelijke openbaarheid van het busstation niet doorslaggevend is en dat het busstation niet voldoet aan de criteria van artikel 4, lid 1, onderdelen I, II en III van de Wegenwet.
Het verweer van het college dat het beroep niet-ontvankelijk zou zijn wegens een te late machtiging werd verworpen, omdat de nadien overgelegde machtiging als bekrachtiging geldt. De overige middelen werden niet behandeld wegens gebrek aan belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Hiermee blijft de waardering van de onroerende zaak ongewijzigd en wordt bevestigd dat het busstation geen openbare weg is in de zin van de Wegenwet.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de waardering van de onroerende zaak blijft gehandhaafd.