ECLI:NL:HR:2006:AY9499
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof in belastingzaak en verwijst naar Gerechtshof
Belanghebbende kreeg voor de jaren 1998 en 1999 aanslagen opgelegd op het gebied van inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, welke na bezwaar door de Inspecteur werden gehandhaafd. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende zich neerlegde bij de juistheid van de aanslagen, omdat het Hof van oordeel was dat de resterende activiteiten van belanghebbende onvoldoende waren om te spreken van een onderneming in fiscale zin. De Hoge Raad oordeelde echter dat de verklaring van neerlegging niet als een ondubbelzinnige intrekking van alle grieven kon worden beschouwd.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van het arrest. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de helft van de kosten van rechtsbijstand.
De Hoge Raad benadrukte dat het Gerechtshof moet beoordelen of belanghebbende recht heeft op vergoeding van de proceskosten voor het geding bij het Hof, mede gelet op samenhang met een andere zaak. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren in aanwezigheid van de griffier op 6 oktober 2006.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.