ECLI:NL:HR:2006:AY9501
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verrekening investeringsbijdragen bij achterwaartse verliesverrekening
Belanghebbende, een onderneming in kinderartikelen, behaalde in de jaren 1997-1999 positieve winsten, waarbij investeringsbijdragen (WIR) uit eerdere jaren werden verrekend. In 2000 leed zij een verlies dat achterwaarts werd verrekend met winsten uit voorgaande jaren. De Inspecteur hield bij de aanslagen vennootschapsbelasting 2001 en 2002 geen rekening met de investeringsbijdragen die hierdoor als het ware 'herleefden'.
Het Hof oordeelde dat deze 'herleefde' investeringsbijdragen als investeringsbijdragen van 2000 moeten worden beschouwd en dat deze na 31 december 1999 niet meer verrekend kunnen worden. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd, die tevens opmerkte dat de wetgever deze consequentie kende en aanvaardde.
De door belanghebbende ingebrachte middelen tegen het oordeel van het Hof werden verworpen. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af. Hiermee blijft de aanslag vennootschapsbelasting ongewijzigd gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen vennootschapsbelasting blijven gehandhaafd.