ECLI:NL:HR:2006:AY9982
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over adoptiekosten als buitengewone last
Belanghebbende had in verband met de adoptie van een kind uit China een bedrag van USD 3000 betaald dat door de Chinese overheid was vastgesteld en moest worden afgedragen aan de autoriteiten. De vraag was of dit bedrag een buitengewone last vormde in de zin van artikel 46 Wet Pro IB 1964.
Het hof had geoordeeld dat het bedrag noodzakelijk was voor de adoptieprocedure in China en daarom als buitengewone last moest worden aangemerkt. De Hoge Raad stelt echter dat alleen uitgaven die nodig zijn ter vervulling van de processuele vereisten van het adoptieverzoek onder deze regeling vallen, niet de uitgaven die verband houden met materieelrechtelijke voorwaarden.
De Hoge Raad oordeelt dat het bedrag niet kan worden gezien als een uitgave die nodig is voor de processuele vereisten en vernietigt daarom het arrest van het hof. Het beroep tegen de aanslag wordt ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof wordt vernietigd.