ECLI:NL:HR:2006:AZ0420
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Geschil over bestaan leningsovereenkomst en echtheid handtekeningen op schuldbekentenis
Eiser vorderde betaling van een geldlening van bijna 200.000 gulden van verweerder 1, waarbij verweerster 2 als tussenkomende partij werd toegelaten. De rechtbank wees de vordering af na deskundigenonderzoek en procesdebat.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank in hoger beroep. Eiser stelde daarop beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser onvoldoende waren om tot cassatie te leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
De zaak draaide om de vraag of er een geldleningsovereenkomst bestond en of de handtekeningen op de schuldbekentenis authentiek waren. Het deskundigenonderzoek en de procesgang ondersteunden het oordeel van de rechtbank en het hof dat dit niet was komen vast te staan.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.