ECLI:NL:HR:2006:AZ0434
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over optiecontracten DGA en verwijst zaak terug
Belanghebbende, een directeur-grootaandeelhouder (DGA), kreeg voor de jaren 1998 en 1999 aanslagen inkomstenbelasting opgelegd met betrekking tot een belastbaar inkomen dat deels was belast volgens artikel 57a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de beroepen ongegrond verklaarde.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom een deel van het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang in 1998, gerelateerd aan optieovereenkomsten met een B.V., terecht was belast. Omdat het hof geen uitspraak had gedaan over de vennootschapsbelastingheffing van de betrokken B.V. over 1998, kon het hofarrest niet in stand blijven.
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest voor zover het het jaar 1998 betrof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling. Tevens werd het teveel betaalde griffierecht aan belanghebbende teruggegeven en werd de Staat veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het hofarrest over 1998 wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.