ECLI:NL:HR:2006:AZ0718
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe omstandigheden
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage uit 1997, waarin de aanvrager werd veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf voor poging tot zware mishandeling.
De aanvrage tot herziening werd ingediend op grond van vermeende nieuwe feiten, waaronder een later opgevraagd proces-verbaal van een bloed- en dactyloscopisch onderzoek dat ontbrak in het dossier, een vermeende verwisseling van een proces-verbaal van aangifte, en verklaringen van verbalisanten over de aanvankelijke ontkenning van het steken door de aanvrager.
De Hoge Raad oordeelt dat het proces-verbaal van het bloed- en dactyloscopisch onderzoek reeds in het dossier aanwezig was en dat de overige omstandigheden geen ernstig vermoeden van onrechtmatigheid opleveren die tot herziening kunnen leiden. Daarom wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe feiten die een ernstig vermoeden van onrechtmatigheid opleveren.